Ze voelt jong. Heel jong. Misschien wel te jong voor mij. Ze voelt als een tienermeisje. Mijn liefde voor haar voelt als een tienerliefde. Kalverliefde. Puppy love. Mijn angst begint langzaam meester te worden van mijn lichaam. Het voelt als een sterke hand. Een hand die mijn nek aan het dichtknijpen is. Langzaam, maar met harde hand. Jouw liefde zit er als een koevoet tussen. Jouw liefde wrikt langzaam de hand los van mijn keel. Ik durf weer te denken. Ik durf weer te dromen. Dromen, denken en doen. Ik moet het nu alleen maar doen. Alles klopt. Ik geloof niet in perfect. Perfect is een verzonnen spinsel. Perfect is een verzinsel van mensen die hunkeren naar het onwerkelijke. Iets wat niet bestaat. Perfect is wel een gevoel. Het gevoel wat iemand je kan geven. Zonder fysiekcontact. Een verlangen naar het perfecte. Het perfecte is het onperfecte. Het perfecte is het onbereikbare. Mooie vrouwen zijn perfect.
Waarom nou jij?
De verwarming staat hoog. Ik voel een straaltje zweet van mijn oksel naar de rand van mijn boxershort lopen. Ik loop heen en weer door mijn slaapkamer. Telkens hoop ik weer op een teken van leven. Ik kijk om de seconde op mijn telefoon. Ik loop naar mijn laptop en druk op mijn F5-toets. Ik zie helaas niets. Ik durf niet te bellen, al wil ik niets liever dan haar lieve stem horen. Ik voel mij eenzaam. Alleen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben nooit goed geweest in veranderingen. Veranderingen zijn eng. Ze horen er bij, maar ik wil ze liever niet. Alles moet blijven zoals het is, dat is het veiligst voor mij. Ik lees haar berichtjes opnieuw en opnieuw. De woorden kanker, borst en bang branden op mijn netvlies. Bij elke herlezing van het berichtje duizelt de wereld opnieuw. Ik weet even niet wat ik moet doen. Even slikken en weer doorgaan? Alles vergeten en herpakken? Ik weet het niet. Telkens als ik opper dat ik er voor haar wil zijn, wijst ze dat bruut af. Ze heeft geen hulp nodig. Ook geen medelijden. Geen lieve woordjes. En evenmin mijn armen om haar heen. Ik heb dat wel nodig. Mijn wereld stort ook in. Iets wat zij onbegrijpelijk acht. De zomer had het seizoen moeten zijn waarin wij elkaar het ja-woord zouden geven. Het seizoen waarin wij eindelijk samen op vakantie konden gaan. Ik droomde en spaarde voor Zanzibar. Of de Malediven. Of Mauritius. Het maakte mij niet uit. Als we maar samen waren en een onvergetelijke reis konden beleven.
Hartpijn
De maan hangt roerloos in de lucht. Een duizendtal sterren stralen aan de inktzwarte hemel. Het is koud. Elke keer als ik uitadem, en mijn warme adem raakt de koude buitenlucht, ontstaan er wolkjes. Ik adem in mijn Nike-handschoen en breng hem snel naar mijn neus. Ik wil weten hoe mijn adem ruikt. Mijn adem bevalt, toch neem ik een extra kauwgompje. Ik trek de zwarte ijsmuts iets verder over mijn hoofd. Het randje drukt licht op mijn wenkbrauwen. Ik duw mijn sjaal ietsjes omhoog. Mijn mond verdwijnt achter mijn sjaal en ik mis de wolkjes die mijn adem maakt. Ik duw mijn sjaal weer naar beneden en voel de kou op mijn lippen prikken. Mijn lippen zijn uitgedroogd ondanks de mijn inziens goede verzorging. ’t IJ is onzichtbaar. Dikke slierten mist bedekken het water. Ik moet met de pont oversteken. De pont gaat ieder kwartier. Er was een tijd dat de pont iedere tien minuten ging. Die tijd ligt in het verleden en is voltooid. Die tijd komt niet meer terug.
post-ziekenhuis afspraak
Geïrriteerd liep ik naar het raam toe. Ik keek voor de tiende keer uit het raam vol regendruppels. Toeristen met grote koffers en thuiskomende studenten snelden van uit het station de donkere avond in. De regen tikte in een slaapverwekkend tempo tegen het raam. Ik begon mij nog erger op te winden. Mijn telefoon begon te trillen. Het geluid van de trillende telefoon op het bureau klonk als een klapperende brievenbus. Ik voerde de slidecode in op mijn telefoon. Een berichtje van haar ‘Ben je al beneden? Ik ben er. Sta helemaal achter op de stoep.’ De zin die ik ooit eerder riep kwam in mijn hoofd op, ik zei het niet. De zin ‘zoals een Marokkaanse betaamt’ had haar al eerder gekrenkt. Als er iets was wat ik niet wilde, dan was het haar krenken. Eindelijk was ze weer beter. Na een veel te lange tijd mocht ik haar eindelijk weer in mijn armen sluiten. Het sloeg ook nergens op. Waarschijnlijk parkeren er net zo veel Nederlandse vrouwen op de stoep, als dat Marokkaanse vrouwen dat doen. Het klinkt alleen leuk. Ondertussen was de lift van de vierde verdieping op de begane grond aangekomen. Ik stapte de lift uit en liep snel naar de hoofdingang. Ik zwaaide en riep ‘Fijne avond!’ naar de nachtportier. De nachtportier bewoog zijn hoofd richting mij en mompelde iets onder zijn zware snor vandaan. Het klonk verplicht. In de nacht werken lijkt mij ook niets.
Verkeerde tijd, verkeerd medium
De donkere nacht hield veel voor mij verborgen. De maan en de sterren schenen hun zachte licht over de het hobbelige bosweggetje. Ik schrok op van het geritsel in de struiken, aan mijn rechterkant. Het donker jaagt mij angst aan. Nooit ben ik de naam held waardig geweest. De schrille klanken van insecten roepen mij toe van alle kanten. De spijt sloeg genadeloos toe. Spijt dat ik in mijn eentje was gaan lopen. Ik verhoogde mijn tempo, maar direct struikelde ik op het donkere bospad. De boomwortels staken willekeurig de bebladerde grond uit. Mijn gedachten waren gevangen door mijn laatste uitspraken. Ik twijfelde aan de verstandigheid van mijn uitspraken. Ik pakte mijn denkbeeldige waagschaal, en woog mijn woorden keer op keer. Vaak, en misschien mag ik zelfs stellen dat het altijd zo is, loop ik te hard van stapel. Verzonken in mijn gedachten, over de vraag die ik even te voor mijn vriendin had voorgeschoteld, zag ik dat ik bij een verlicht bospad aankwam. Ik slaakte een zucht van opluchting. Ik had de frisse lucht nodig gehad, maar achteraf spijt van de gekozen route.
Hoofdbedekking, wel of geen onderdrukking?
Vandaag sprak islamdeskundige *kuchkuch* Arnoud van Doorn (Ex-vicefractievoorzitter PVV Den Haag) de wijze woorden “Hoofddoek staat voor onderdrukking vrouw. Vergelijking met keppeltje is onzinnig.” op Twitter. Ik vroeg mij af in hoeverre Arnoud van Doorn hier goed zat met zijn stelling. Ik vraag mij altijd af wat er exact wordt bedoeld met het woordje ‘onderdrukking’ in een stelling die Arnoud van Doorn hier bijvoorbeeld aanneemt. Denkt Arnoud van Doorn dat elk hoofddoekdragend meisje dit moet van vader, broer of echtgenoot. In Nederland is het dragen van een hoofddoek voor vrouwen niet bij wet verplicht. Ik neem aan dat de meeste vrouwen hun hoofddoek dragen uit eigen initiatief. De vrouwen die hun hoofddoek dragen uit religieuze overweging, doen het om de loyaliteit aan hun God te bewijzen. Mocht Arnoud van Doorn dus bedoelden dat ze onderdrukt worden door de regels van de islam, dan is het discutabel maar een redelijk begrijpelijke aanname. Ik durf dan nog zo ver te gaan dat een ieder persoon in Nederland vrij is in kiezen om te geloven of niet te geloven. Ik vind het een lastige discussie en de vrouw is inderdaad door de islamitische regelgeving enigszins beperkt in haar vrijheid. Dat is een onontkoombaar feit. Echter is het wel de keuze aan de vrouw om haar te houden aan de regels in hoeverre zij dit wil. Om een lang verhaal kort te maken, de hoofddoek staat binnen Nederland niet voor onderdrukking van de vrouw. De vrouw is in Nederland niet verplicht een hoofddoek te dragen, of in de islam te geloven.
Er kan nu natuurlijk gezegd worden dat er in tal van Arabische landen wetten gelden waar een vrouw niet zonder hoofdbedekking de straat op mag. Dit kan dan onderdrukking van de vrouw genoemd worden, omdat de vrouw op dat moment niet de keuze krijgt om te doen wat zij zelf wil. Ze wordt verplicht tot het dragen van een hoofddoek. Ik vind het alleen bijzonder arrogant om als Nederlanders, die te beroerd zijn in welk Arabisch land dan ook hulp te bieden, wel te gaan oordelen over de regels daar. Momenteel worden er in Syrië honderden mensen vermoord door een dictatoriale regering. In Jemen is het ook nog niet zoals het hoort. Ik las zelfs in de NRC Next van donderdag 12 januari dat Tunesië het enige land is wat beter uit de Arabische lente is gekomen. Nederland heeft geen enkel land hulp aangeboden. Wij denken dus wel commentaar te mogen leveren op de regels en de wetgeving van een land als bijvoorbeeld Jemen, maar als wij hulp kunnen bieden om die vrouwen dan uit de erbarmelijke toestanden te halen doen we het toch maar niet. Ik denk dat die discussie dus snel afgedaan kan worden. Wij mogen als Nederlanders, en helemaal als PVV-sympathisant, niet zeggen dat de hoofddoek een teken van onderdrukking is want de Arabische landen. En in Nederland kan mijn inziens de hoofddoek van de vrouw niet als onderdrukking van de vrouw gezien worden.
Wat een wonderbaarlijke wereld
Angst inboezemen bij mensen is bij uitstek het middel om je zin te kunnen krijgen. Om een voorbeeld te
nemen aan een land dat nu veel in de media is, Syrië. Jarenlang heeft de bevolking alles gepikt van de mensen die de scepter zwaaien in Syrië. De oude president Assad overleed en liet zijn zoontje, de nieuwe president Assad het roer overnemen. Er waren amper mensen te vinden in Syrië die een kwaad woord durfde te spreken over dictator Assad en zijn kornuiten. De angst was groter dan de woede over de erbarmelijke toestanden in het land. Zelfs nu de media er boven op zit en de mensen eindelijk tegengas durven te geven gaat het de machtswellustelingen niet te ver om een paar maanden oude baby tot de dood te martelen. De angst voor de dictator moet blijven.
Iedereen kent vast wel de filmpjes waarin jongens door het dolle heen verliefd op een mooi meisje, een vriend in de rol van tasjesdief op het meisje afsturen. De vriend steelt het tasje van het prachtige meisje en daar komt vanuit het niets, compleet toevallig de jonge held aanrennen. Slaat de tasjesdief tegen de grond en geeft de tas terug aan het meisje. De angst van de gespeelde overval slaat er bij het meisje in en de jongen heeft zijn kans eindelijk het hart van het meisje te stelen. Ook hier speelt de angstfactor een grote rol.
Angsten
Het was een vreemd gevoel. Het voelde alsof twee handen langzaam om mijn nek sloten. Ze knepen mijn keel dicht. Langzaam werd alle lucht mijn lichaam uitgeperst. Ik kreeg het warm. Ik opende de bovenste knoopjes van mijn blouse. Ik trok wat aan de boord van mijn shirt, die ik onder mijn blouse droeg. Ik voelde dat mijn hoofd begon te gloeien. Ik wist het even niet meer. De twijfel en de onmacht vlogen mij naar de keel. Ik schrok. De schrik was oprecht. De schrik had zich meester gemaakt van mijn hele lichaam. Keer op keer bleef ik de woorden overlezen. De woorden die op mijn beeldscherm stonden hadden een vreemd effect op mij. Nooit eerder hadden woorden een effect als dit gehad op mij. Ik begreep het niet en las de woorden nog een keer hard op. Ik had de islam wel vaker bestudeerd, maar nooit had ik mij druk gemaakt om deze zinnen. Ik weet niet precies wat het was wat mij zo bang maakte, maar er was duidelijk iets wat mij angst in fluisterde. Ik keek naar mijn arm. Ik had last van kippenvel. Ik legde mijn laptop naast mij neer en probeerde televisie te kijken. Het lukte mij nog niet eens dertig seconde. Ik richtte mij tot mijn laptop en las de woorden opnieuw
‘Op de dag des opstanding zullen de martelaren direct hun plaats in het paradijs krijgen. De overige opgewekte doden zullen ondervraagd worden door de engelen Munkar en Nakir. Na de ondervraging krijgt de opgestane overledene een boek waarin hun leven is opgetekend. De rechtvaardigen ontvangen het in hun rechterhand en gaan direct door naar het paradijs van de engel Reduan, de onrechtvaardigen ontvangen het in hun linkerhand en gaan direct door naar de hel, waar de engel Malik heerst.’
Loze beloftes
“Je moet wakker worden!! Opstaan, opstaan, opstaan. Kom nou”: klonk een luide kinderstem in mijn oor. Ik voelde een pijnscheut door mijn schouder trekken en opende snel mij ogen. Lachend riep ik: “Je hoeft niet per se te bijten hoor, kleine heks.” Boos keek ze mij aan. “Ik ben geen heks en mama heeft het ontbijt klaar!”: Schreeuwde ze mij beledigd toe. Het klamme laken plakte aan mijn lichaam vast. Het was heet. Ik probeerde door de kieren van het houtenluik te gluren. De zon scheen al. Ik vroeg mezelf hoe laat het al zou zijn. Het was zeker weten nog niet later dan twaalf uur, anders had mijn vriendin de kleine laten zeggen dat de lunch klaar was. “Hoe laat is het dan, prinsesje van mij?”: Vroeg ik. Ze slaakte een diep zucht. Geërgerd draaide ze zich om richting de uitgang van de kamer. Ze wierp nog één woeste blik achterom waarmee ze wilde zeggen: ‘Je weet dat ik geen klok kan kijken, lul!’ Ze was net te beleefd dat te roepen. Daar nog wel voor. Voor de rest was ze niet zo beleefd. Ze verdween achter het gordijn wat voor deur moest dienen. Ik draaide mij om en hoorde het kleintje mompelen tegen haar moeder.
Licht in de duisternis
Lieflijk draaide zij haar perfecte, grote achterwerk richting mij. Ik wilde dichter tegen haar aan gaan liggen, maar de gleuf tussen de twee matrassen maakte mij dat onmogelijk. Ik aaide over haar rug en gaf een kusje op haar
wangen. Ze haalde diep adem. Ondanks de duistere kamer was duidelijk te zien dat ze in slaap was gevallen met een glimlach op haar gezicht. Ze was gelukkig. Ik had er niet eens moeite voor hoeven doen. Geen seks. Geen cadeaus. Geen beloftes. Ik hoefde alleen maar bij haar te zijn. Haar vast te houden. Haar af en toe een kusje te geven. Dat was het. Dat maakte haar al gelukkig. Terwijl ik naar haar keek en mijn hand door haar mooie volle bos met haar liet glijden, vroeg ik mij af of ze de voorgaande jaren te weinig liefde had gehad. Ik trok de deken iets verder over haar mooie lichaam heen. In haar slaap draaide ze om en zocht met haar hand naar mijn lichaam. Ik pakte haar hand vast en kuste voorzichtig de bovenkant van haar hand. Ik keek op de klok. Het was 02:15. Er waren nog steeds jongetjes met vuurwerk aan het knallen buiten. Twee dagen van te voren zo fanatiek met vuurwerk bezig zijn zou een dure hobby zijn, of een slechte oudejaarsnacht. De televisie stond zachtjes aan. Op Nederland 3 zag ik de Radio2-dj’s druk bezig met hun beroemde top2000. Voor dat ze in slaap viel hadden we al geluisterd naar de top2000. Ze vond Alanis Morisette mooi, en geloofde mij niet dat De Dijk een band was. Op haar schattigst vertelde ze mij dat zij het een héééééle stomme naam vond voor een band. Voor een liedje was het wel een leuke naam.

